Wij gebruiken cookies

DON gebruikt cookies om bijvoorbeeld de website te verbeteren en te analyseren. Als u meer wilt weten over deze cookies, raadpleeg onze cookieverklaring

Cookies accepteren Instellingen aanpassen

Diabetes type 1 bij kinderen

image

Diabetes type 1 (ook wel bekend als suikerziekte) ontstaat vaak op jonge leeftijd. Het hebben van diabetes type 1 is voor een kind erg ingrijpend. Iemand met diabetes type 1 moet namelijk iedere dag bezig zijn met zijn suikerwaardes, op de juiste momenten insuline spuiten en goed nadenken over zijn of haar eetpatroon. Als ouder speel je een belangrijke rol. Door je kind te helpen (omgaan) met de ziekte, zorg je ervoor dat hij of zij een redelijk normaal leven kan leiden. Daarbij verklein je de kans op complicaties.

Komt diabetes vaak voor op jonge leeftijd?
Hoewel je diabetes type 1 op iedere leeftijd kunt krijgen, ontstaat het vaker bij kinderen dan bij volwassen. Iets meer dan de helft van alle mensen met diabetes type 1 krijgt de ziekte namelijk voordat ze 18 jaar oud zijn. In Nederland hebben nu ongeveer 10.000 kinderen diabetes type 1. Daarmee is het, op astma na, de vaakst voorkomende auto-immuunziekte bij kinderen. Het aantal kinderen met diabetes type 1 wordt overigens steeds groter. De ziekte lijkt vaker en op steeds jongere leeftijd te ontstaan. Zo is het aantal kinderen in Nederland met diabetes type 1 in de afgelopen dertig jaar verdubbeld. Wetenschappers weten niet zeker wat hiervan de oorzaak is.

Diabetes type 1 bij kinderen op tijd herkennen
Bij beginnende diabetes type 1 moet je zo snel mogelijk beginnen met het spuiten van insuline, om schade aan bijvoorbeeld bloedvaten en zenuwen te voorkomen. Bij kinderen is dat nog belangrijker dan bij volwassenen, omdat zij nog in de groei zijn. Als er op jonge leeftijd gezondheidsschade ontstaat, kun je daar op latere leeftijd meer last van krijgen. 

Symptomen bij kinderen
Gelukkig wordt diabetes type 1 vaak snel ontdekt, ook bij kinderen. Wie de ziekte krijgt, gaat zich namelijk in korte tijd erg ziek voelen. Een afspraak bij de huisarts geeft vaak direct duidelijkheid. Je kunt diabetes type 1 bij je kind herkennen aan verschillende symptomen, waaronder veel drinken, veel plassen, duizeligheid, wazig zien, moeheid en gewichtsverlies. Ook als kinderen al zindelijk zijn, maar opeens weer ongelukjes begaan, kan dat op diabetes wijzen. Ga op tijd met je kind naar de huisarts als je de symptomen van diabetes type 1 herkent. De huisarts kan met een eenvoudig bloedprikje vaststellen of er sprake is van suikerziekte. Zo kun je op tijd beginnen met behandelen

Symptomen bij baby’s en peuters
Ook bij baby’s en peuters komen de symptomen van diabetes type 1 voor, maar deze zijn als ouder vaak lastiger te herkennen. Onder andere veelvuldig huilen zonder aanwijsbare reden kan een aanwijzing voor diabetes zijn, en is een reden om de huisarts te bellen. Ook aanvallen van ademnood kunnen voorkomen. In zulke gevallen contacteer je natuurlijk direct de huisarts.

Mijn kind heeft diabetes type 1. Wat moet ik doen?

Omgaan met diabetes type 1 is een flinke verantwoordelijkheid voor kinderen, zeker als ze jong zijn. Als vader of moeder zul jij je kind daar dan ook bij gaan helpen. Dat doe je bijvoorbeeld door te helpen bij het prikken van insuline, de suikerwaardes te meten met een bloedprik, en op de juiste momenten te eten. Zo verklein je samen de kans dat de ziekte erger wordt. Jongere kinderen zullen hulp nodig hebben bij het prikken en het zoeken naar de juiste balans in voeding en beweging. Tieners worden over het algemeen natuurlijk steeds zelfstandiger, maar kunnen soms nog een geheugensteuntje gebruiken. Daarnaast is het belangrijk dat jij weet wat je moet doen als jouw kind een hypo of hyper krijgt. Breng ook de mensen in de omgeving van je kind, zoals schoolmedewerkers, babysitters en de ouders van vriendjes en vriendinnetjes, op de hoogte van de symptomen van een hypo of hyper, en vertel ze hoe ze daarbij moeten handelen.

Kinderen helpen met insuline spuiten
Kinderen met diabetes type 1 moeten iedere dag insuline toegediend krijgen om de bloedsuikerspiegel in balans te houden. Op jonge leeftijd kunnen kinderen dat nog niet zelf. Er is namelijk een aantal handelingen voor nodig. Je behandelaar geeft je hierover natuurlijk meer informatie. 

Kinderen helpen met de suikerspiegel meten
Als jouw kind diabetes type 1 heeft, moeten zijn of haar bloedsuikerwaardes iedere dag gemeten worden om te controleren hoeveel glucose er in het bloed zit. Dat doe je door een druppeltje bloed te prikken en deze vervolgens te scannen met een speciale glucosemeter. Bij jonge kinderen kan het nodig zijn om even te helpen bij het bloed prikken. Als je kind ouder is, kan hij of zij waarschijnlijk zelfstandig de glucosewaardes meten. Leg je kind dan wel goed uit wat normale suikerwaardes zijn, en leer hem of haar wat te doen als de waarden te hoog of te laag zijn. Vraag – zeker in het begin - ook naar de resultaten van de metingen die jouw kind doet, zodat jullie samen de bloedsuikers kunnen stabiliseren. Als de metingen regelmatig aan de hoge of lage kant zijn, is het verstandig om contact met de behandelaar op te nemen. 

Mijn kind heeft een te lage suikerwaarde
Een suikerwaarde onder 4,5 mmol/l is te laag voor een kind met diabetes type 1. Er zit dan te weinig glucose in het bloed, waardoor je kind een hypo kan krijgen (onder 3,5 mmol/l). Dit kan gebeuren als je kind een tijdje niet heeft gegeten, net intensief heeft gesport, of stress of andere sterke emoties ondervindt. Een hypo is niet goed voor de gezondheid en moet dus voorkomen worden. Bij een te lage bloedsuiker moet je kind iets met suiker (dextro, fruit of sap) of koolhydraten (bijvoorbeeld een boterham) eten. In het uiterste geval (je behandelaar legt uit wanneer) kan een spuitje met glucagon nodig zijn. Dat verhoogt in noodgevallen de glucosewaardes. Als je kind door de te lage suikerwaarde flauwvalt, bel je 112.   

Mijn kind heeft een te hoge suikerwaarde
Een glucosewaarde van 8 mmol/l of daarboven is voor kinderen met diabetes type 1 te hoog (alleen direct na het eten mag het maximaal 9 mmol/l zijn). Dat betekent dat er te veel glucose in het bloed zit, waardoor je kind een hyper kan krijgen (10 mmol/l of hoger). Dat moet je voorkomen, want een hyper is slecht voor de gezondheid. Met een spuitje insuline kan de suikerwaarde verlaagd worden. Als je kind wat jonger is, zul jij daar als ouder waarschijnlijk bij moeten helpen. Oudere kinderen kunnen dit over het algemeen zelfstandig. Hoeveel insuline precies nodig is, kan worden uitgerekend op basis van wat en wanneer je kind voor het laatst heeft gegeten. Als de insuline niet werkt, bel je de arts of behandelaar. Als je kind een hyper krijgt en flauwvalt, bel je 112.

Eten met diabetes type 1 (kinderen)
Voeding speelt een belangrijke rol in het omgaan met diabetes type 1. Om te voorkomen dat jouw kind ziek wordt, moet het gezond en regelmatig eten. Daarnaast moeten kinderen met diabetes type 1 op de juiste momenten een gezonde snack nemen om de glucosewaardes te verhogen, en bijhouden hoeveel koolhydraten ze hebben gegeten om de juiste hoeveelheden insuline te bepalen (vraag de behandelaar om meer informatie). Best ingewikkeld allemaal. Help je kind daarom zolang het hier nog niet zelfstandig op kan letten.

Begeleiding op school bij diabetes type 1
Ook op school heeft je kind af en toe insuline nodig. Bovendien kan een meting van de bloedsuikers nodig zijn onder schooltijd. Oudere kinderen kunnen dit meestal zelfstandig, maar als je kind jonger is, heeft het hier waarschijnlijk begeleiding bij nodig. Onder wettelijk vastgestelde voorwaarden is schoolpersoneel bevoegd om kinderen met diabetes type 1 te helpen met het spuiten van insuline en het prikken van bloed. Maak hier goede afspraken over met de school. 

Diabetes type 1 of suikerziekte?
Diabetes type 1 wordt soms ‘suikerziekte’ genoemd. Dit kan voor kinderen een verwarrende naam zijn. Daardoor lijkt het namelijk alsof de ziekte door suiker komt, of dat je geen suiker meer mag eten. Dit klopt allebei niet. De bijnaam suikerziekte bestaat omdat er bij diabetes type 1 vaak te veel suiker in het bloed zit. Dat komt niet door het eten van suiker, maar door een foutje van het immuunsysteem. 

Niks is onmogelijk

Houd mij op de hoogte van alle mooie ontwikkelingen